groenlinks

Hoe worden de leden van de Eerste Kamer gekozen

Hoe worden de leden van de Eerste Kamer gekozen?
Van Volkskrant verslaggever Marcel van Lieshout

Stemmen we voor een provinciaal parlement of voor de Eerste Kamer? Bij de vorige statenverkiezingen, op 7  maart 2007, zei vijftig procent van de kiezers zich bij de keuze te heben laten leiden door de gewenste samenstelling van de Eerste Kamer. Zestien procent zei dat provinciale kwesties bepalend waren geweest.

Waar gaat het 2 maart formeel om? In twaalf provincies wordt het nieuwe parlement, de provinciale staten, gekozen. De in de Tweede Kamer vertegenwoordigde partijen doen in nagenoeg alle provincies mee (de SGP bijvoorbeeld niet in Groningen en Friesland) en dat geldt ook voor de nieuwe partij 50Plus van Jan Nagel. De PVV doet voor het eerst mee.

Bestuursobesitas
Er staan 566 statenzetels op het spel. Bij de vorige verkiezingen van 2007 waren dat er nog ruim 200 meer, maar de strijd tegen de
­'bestuursobesitas' is ook niet aan de provincies voorbij gegaan. Het
inwonertal van de provincie bepaalt hoeveel statenzetels er zijn. In
Gelderland doen de meeste partijen (14) mee, ook in alle andere provincies doet minstens één regionale partij mee.

Tot zover is het allemaal niet zo ingewikkeld. Dat wordt het wél als
gekeken wordt naar hoe provinciale staten op 23 mei in beslotenheid de Eerste Kamer kiezen. Niet iedere statenzetel weegt even zwaar. Een stem van een Noord-Hollands statenlid (provincie met veel inwoners) telt zwaarder dan bijvoorbeeld die van een Limburgs statenlid.

Stemwaarde
Alles draait hierbij om de zogeheten 'stemwaarde'. Die waarde komt tot stand door het aantal inwoners van een provincie te delen door het honderdvoud van het aantal statenleden (zie graphic). Als voorbeeld: een stem van een Noord-Hollands statenlid had in 2007 een waarde van 628, van een Flevolands statenlid 96. Die waarde, vermenigvuldigd met het aantal stemmen dat op een partij is uitgebracht, leidt tot het stemcijfer. Dat wordt vervolgens gedeeld door de kiesdeler (som van alle provinciale stemcijfers, gedeeld door 75) en dát levert het beeld op wie die 75 senaatzetels mogen innemen.

Troost
Er is één troost voor die kiezer die in opperste vertwijfeling ('Wie zijn die mensen?') naar de kieslijsten kijkt. De leden van de provinciale staten zelf zijn in zekere zin nog beklagenswaardiger. Zij zijn 'stemvee'.
Die 566 politici bepalen straks, bij getrapte verkiezing, wie er in de Eerste Kamer komt. Aarts: 'Hun opkomst is bij die Eerste Kamerverkiezingen 100 procent! Ze zullen wel moeten.'

Ter verduidelijking: de op 2 maart gekozen VVD-statenleden worden uiteraard geacht om op VVD-kandidaten voor de Eerste Kamer te stemmen. Na 2 maart worden door de partijbureaus zekere berekeningen losgelaten op de precieze uitkomsten per provincie en kan het zo zijn dat ander stemgedrag beter is voor de restzetelverdeling in de Eerste Kamer.

Voorbeeld
Een fictief voorbeeld: als uit alle berekeningen blijkt dat de PvdA recht heeft op 9,2 zetels in de Eerste Kamer, dan wordt dat naar beneden afgerond. Een zielsverwante partij als GroenLinks zou aan die tweetiende genoeg kunnen hebben om de score van 7,4 zetels op te krikken naar 8 zetels. In dit voorbeeld zou het van belang kunnen zijn dat PvdA-statenleden, althans enkelen, niet op een kandidaat-senator van de eigen partij stemmen, maar op een van GroenLinks.

Statenleden zijn op 23 mei in zoverre 'stemvee' dat ze precies geïnstrueerd zijn door partijbureaus hoe te stemmen.