GroenLinks

Proces concept Omgevingsvisie

Tijdens de raad van 31 augustus 2021 hebben de fracties van D66, GL en CDA een amendement ingediend op het raadsvoorstel kennisname ontwerp Omgevingsvisie. Dit amendement is door een meerderheid van de gemeenteraad van Oostzaan aangenomen. De portefeuillehouder geeft echter aan dat zij dit wettelijk gezien niet kan uitvoeren omdat dit amendement in strijd zou zijn met de wettelijk vastgelegde procedure omtrent het vaststellen van de omgevingsvisie.

Het aangenomen amendement vervangt het oorspronkelijke ontwerp Omgevingsvisie voor ontwerp Omgevingsvisie 2.0, welke het college als kader dient te gebruiken voor een uiteindelijke Omgevingsvisie. Het college zegt hierover dat op dit moment in de wettelijke procedure het onmogelijk is het document de vervangen, omdat het ondergeworpen is aan een participatieprocedure. Ook al zou het college het aangenomen amendement willen overnemen, het kan wettelijk niet, meent de portefeuillehouder.

De Omgevingswet geeft echter geen inhoudelijk voorschrift voor de procedure voor het opstellen van de Omgevingsvisie. De procedure moet inderdaad een participatietraject en inzageprocedure omvatten, maar uiteindelijk is het aan de gemeenteraad om te beslissen hoe deze procedure moet worden vormgegeven. De VNG schrijft hierover:

’Participatie is voortaan niet beperkt tot het indienen van een zienswijze op de visie. Inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties moeten vanaf het begin worden betrokken. Hoe de gemeente dat organiseert is aan de gemeenteraad die dit vaststelt. Het is daarom van belang na te denken over de speelruimte en de spelregels voor de omgevingsvisie. Wil de raad vanaf de start inhoudelijk sturen (sterke kaderstellende rolopvatting) of is het gesprek juist belangrijker dan de uitkomst (sterke volksvertegenwoordigende opvatting)? Neemt de gemeenteraad zelf het initiatief om het gesprek te voeren of wordt achteraf getoetst of het college van B&W elke inbreng voldoende heeft meegenomen (sterke controlerende rolopvatting)?’’

De portefeuillehouder geeft echter aan het amendement slechts te kunnen beschouwen als zienswijze, wat haaks staat op de bovenstaande tekst van de VNG. De burgemeester heeft tevens aangegeven dat hij van zijn bevoegdheid van artikel 273 Gemeentewet gebruik gaat maken, en het raadsbesluit gaat aanbieden ter vernietiging. Dit kan een burgemeester doen indien hij meent dat een raadsbesluit tegen de wet indruist of tegen het algemeen belang. Er is jurisprudentie te vinden over casussen waarin een gemeenteraadslid zich van stemming had moeten onthouden op grond van de gemeentewet om schijn van belangenverstrengeling te voorkomen, maar dit niet deed. Verder is jurisprudentie te vinden over bijvoorbeeld een raadsbesluit dat strijdig was met de Winkeltijdenwet.

In het geval waar we nu mee te maken hebben, waarin de raad via de weg van een amendement een document van tafel schuift en een nieuw
kaderstellend stuk aanbiedt, in een proces dat de raad uiteindelijk mag vormgeven, lijkt het me hoogst onwaarschijnlijk dat dit in aanmerking komt voor vernietiging.

Afdeling 3.4 awb met betrekking tot Omgevingsvisie

Relevante wettelijke kaders:
16.26 Omgevingswet afdeling 3.4 awb van toepassing.
3:11 awb: terinzagelegging gedurende termijn
3:12 awb: wie/hoe zienswijzen indienen
3:14 awb: bestuursorgaan vult nieuwe relevante stukken/gegevens aan
3:18 lid 2 awb: termijn terinzagelegging/zienswijzen verlengen bij zeer ingewikkeld/ingrijpend onderwerp

De procedure waar portefeuillehouder waarschijnlijk op doelt is afdeling 3.4 van de Algemene Wet Bestuursrecht. Deze is van toepassing op het opstellen van de Omgevingsvisie op grond van artikel 16.26 van de Omgevingswet.
Afdeling 3.4 awb gaat voornamelijk over de zienswijzeprocedure. Op grond van 3:11 awb moet de omgevingsvisie ter inzage gelegd worden. Voorafgaand hieraan moet ogv art 3:12 bekend zijn wie zienswijzen mogen indienen en hoe dit geschiedt. Gedurende het termijn van de terinzagelegging vult het bestuursorgaan nieuwe gegevens en relevante stukken aan ogv 3:14 awb. Een bestuursorgaan heeft ogv 3:18 lid 2 awb de mogelijkheid om dit termijn te verlengen indien er sprake is van zeer ingewikkelde of ingrijpende onderwerpen.
Dit betekent concreet voor de concept Omgevingsvisie dat deze onderworpen is aan een terinzagelegging/zienswijzenprocedure, waarvan van te voren bekend moet zijn wie een zienswijze mag indienen. De bezwaren waar portefeuillehouder het over heeft zijn dat we niet zomaar een nieuwe Omgevingsvisie kunnen vaststellen zonder deze procedure te doorlopen. Echter biedt 3:14 de mogelijkheid om relevante stukken en gegevens aan te vullen en kan de termijn verlengd worden ogv 3:18 lid 2. Dit biedt dus ruimte om de Omgevingsvisie 2.0 aan te bieden als stuk dat door een raadsmeerderheid is aangenomen, en daarbij inwoners meer tijd te geven dan eerder beoogd.

Binnen de wettelijke kaders van afdeling 3.4 awb zie ik zelf de volgende mogelijkheid om gewoon uitvoering te geven aan het raadsbesluit:
  • - Raad besluit versie 1 te verwerpen en versie 2 als kader toe te voegen.
  • - Aan zienswijzeprocedure versie 1 wordt versie 2 toegevoegd met de noot dat versie 1 door een raadsmeerderheid is verworpen en versie 2 als kader wordt aangeboden.
  • - Termijn zienswijzeprocedure wordt verlengd en burgers/belanghebbenden kunnen nu op versie 2 zienswijzen indienen.
  • - Na zienswijzeprocedure wordt eindversie aan raad voorgelegd, waarbij versie 2 als basis is gebruikt in plaats van versie 1.


TERUG