GroenLinks Oostzaan

Criminele inmenging bij amateur sportverenigingen

In opdracht van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, op verzoek van de Tweede Kamer heeft o.a. de Universiteit van Tilburg onderzoek verricht naar Criminele inmenging bij amateur sportverenigingen. (TK vergaderjaar 2018-2019, kst30234-217)

lees HIER voor het volledige rapport.

Het onderzoek richt zich op beantwoording van vijf onderzoeksvragen:

1. Wat is de aard en de omvang van criminele inmenging bij amateur sportverenigingen in Nederland?
2. Zijn amateur sportverenigingen zich bewust van mogelijke criminele inmenging?
3. Welke maatregelen nemen amateur sportverenigingen om criminele inmenging te voorkomen?
4. Tegen welke barrières en problemen lopen amateurverenigingen aan om criminele inmenging tegen te gaan en wat zou hen, volgens betrokken partijen, verder kunnen helpen?
5. Zijn er op alle voornoemde vlakken verschillen tussen sporten?

In het rapport wordt ook OFC genoemd. Het rapport stelt:

‘Criminele sponsoring leidt vaak tot opmerkelijke successen op het veld. Een voorbeeld is OFC uit Oostzaan, waarover de media eveneens uitgebreid hebben bericht. Tussen 2008 en 2016 klom de club op van de vijfde klasse tot de hoofdklasse, en wist ze spelers zoals oud-profs Pius Ikedia, Bilal el Yacoubi en Christy Bonevacia aan te trekken (Geerds, 2016). Degene die een en ander financieel mogelijk had gemaakt, werd verdacht van belastingontduiking. Hij was eerder veroordeeld voor het leidinggeven aan een criminele organisatie en doelwit geweest van een liquidatiepoging. In april 2019 werd deze hoofdsponsor veroordeeld tot een celstraf wegens witwassen, hoewel het openbaar ministerie niet wist te bewijzen dat dit ook via de club was gebeurd (Vugts, 2019). De problemen waren daarmee niet voorbij. In januari 2020 sloot de burgemeester zelfs het sportcomplex waar de club speelde, in verband met ‘een mogelijke link tussen OFC, aangetroffen handgranaten, schietpartijen, een veroordeling wegens witwassen en ontbrekende transparantie over de geldstromen van de club’. Deze beslissing werd echter door de rechter teruggedraaid omdat de verdenkingen onvoldoende hard konden worden gemaakt (NOS.nl, 2020).’

Later in het rapport komt de vereniging nogmaals terug:

“Daar staat volgens dezelfde geïnterviewde tegenover dat ook dan een lange adem nodig is, onder verwijzing naar het voorbeeld van OFC (zie hoofdstuk 2). De criminele clubs verzetten zich via hun advocaten met hand en tand tegen elke maatregel, met als gevolg taaie en langdurige juridische procedures. Daarbij wordt niet zelden gepoogd om de (lokale) media als bondgenoot in te schakelen, maar ook raadsleden, door erop te hameren dat er ‘niets is bewezen’ (Bruinsma, Ceulen & Spapens, 2018). Het vasthouden van het bestuurlijke commitment is een doorlopende uitdaging”.

De fractie van GroenLinks verzoekt het college de volgende vragen te beantwoorden:
zie bijlage


TERUG